Hoe kwetsbaar is onze digitale infrastructuur voor besluiten buiten Europa?

Hoeveel bescherming biedt Europese digitale infrastructuur tegen besluiten van buitenlandse overheden? Die vraag staat centraal in een reeks artikelen van NRC-journalist Marloes de Koning over de Italiaanse internetdienstverlener Autistici/Inventati (A/I).

Nadat de Amerikaanse regering A/I op een terrorismelijst plaatste, verloor de organisatie haar domeinnaam en toegang tot financiële diensten. Opvallend is dat de sancties niet gericht waren tegen specifieke websites of gebruikers, maar tegen de internetdienstverlener zelf. Dat is uitzonderlijk: internetdienstverleners worden doorgaans niet verantwoordelijk gehouden voor wat hun gebruikers online publiceren. De gevolgen waren zo ingrijpend dat de vrijwilligers achter A/I zich genoodzaakt zagen de dienstverlening te beëindigen.

De gevolgen reiken verder dan A/I. Zo trok het Nederlandse hostingbedrijf ProcoliX zich uit vrees voor Amerikaanse sancties terug uit een traject om meer diensten te leveren aan het Internationaal Strafhof. In oktober 2026 nam de Amsterdamse politie op Amerikaans verzoek bovendien een server van A/I in beslag. Dutch Cloud Community maakte zich grote zorgen over deze inbeslagname en vroeg opheldering over de juridische toetsing van het verzoek. Samen met 37 andere organisaties werd bovendien een brief gestuurd aan de regering en de Tweede Kamer. Daarin riepen zij op om Europese organisaties en hun gebruikers te beschermen tegen buitenlandse sanctiedruk.

Deze gebeurtenissen laten zien dat digitale soevereiniteit over meer gaat dan de keuze voor Europese software of hosting. Ook wanneer we onze digitale infrastructuur in Europa onderbrengen, kunnen we afhankelijk blijven van buitenlandse partijen en besluiten.

Verder lezen