Onderzoeksdata veiligstellen is niet genoeg

In het voorjaar van 2025 ontstond grote onrust onder wetenschappers. De regering-Trump schrapte onderzoeksfinanciering, informatie verdween van Amerikaanse overheidswebsites en Nederlandse onderzoekers kregen vragenlijsten waarin ze zich moesten verantwoorden over de politieke doelstellingen van hun onderzoek. De vrees dat belangrijke onderzoeksdata voorgoed verloren zouden gaan, leidde tot grote paniek.

Dat raakte mij en mijn collega's. Bij SURF hebben we de infrastructuur om vele petabytes aan data op te slaan. Konden we daarmee een doemscenario voorkomen? We bereidden ons voor om bij noodverzoeken direct te kunnen handelen. Collega's lieten daarvoor meteen hun andere werk vallen. We maakten afspraken om te voorkomen dat onze gebruikelijke procedures ons zouden vertragen.

Achteraf bleek het veiligstellen van data lang niet altijd nodig: soms viel de dreiging mee, regelmatig werd elders een oplossing gevonden. Maar de afhankelijkheid van de VS werd pijnlijk duidelijk. Want wat heb je aan veilig opgeslagen data als je ze niet meer kunt benaderen voor analyse? Of als de financiering van onderzoeksgroepen wordt stopgezet en er geen nieuwe data meer worden verzameld?

We kunnen onderzoeksdata opslaan in Europese datacenters, maar daarmee zijn we er niet. We zijn diep afhankelijk van software, hardware, wetenschappelijke instrumenten, financiering en expertise van buiten Europa.

Willen we onze wetenschap beschermen, dan moeten we zelfstandiger worden en bereid zijn meer in ons eigen onderzoek te investeren. Ons onderzoek mag niet stilvallen als elders wordt besloten de stekker eruit te trekken.


Over deze gebeurtenissen en de bredere afhankelijkheid van Amerikaanse technologie sprak ik in de podcastreeks De universiteit in het nauw van de Vrije Universiteit Amsterdam.