Volwaardige alternatieven ontstaan niet vanzelf

SIVON heeft onderzocht of en hoe Nextcloud kan worden ingezet in het basis- en voortgezet onderwijs. De resultaten staan in een zeer leesbare whitepaper.

We staan als SURF in contact met SIVON. Hoewel we een vergelijkbaar doel nastreven, verschillen onze situaties. SURF beheert en ontwikkelt zelf de technische omgeving waarop Nextcloud draait. En onze leden (mbo's, hbo's en universiteiten) beschikken over eigen IT-organisaties die Nextcloud voor hun instelling kunnen inrichten en gebruikers kunnen ondersteunen.

Toch schetst SIVON twee uitdagingen die wij herkennen:

1. Synchronisatie, integraties en aansluiting op bestaande werkprocessen zijn doorslaggevend voor adoptie. Daar investeren wij flink in. Onze ontwikkelcapaciteit stelt ons in staat Nextcloud beter te laten samenwerken met andere systemen en aan te laten sluiten op de manier waarop mensen al werken.

2. Microsoft biedt naast samenwerkingssoftware voorzieningen voor onder meer identiteit, beveiliging en apparaatbeheer. Wie voor Nextcloud kiest, moet daarvoor zelf oplossingen vinden. Dat is voor ons eveneens een uitdaging. Ons bredere dienstaanbod en onze ervaring met gezamenlijke inkoop helpen ons daarbij.

SIVON plaatst bovendien terecht twee kanttekeningen bij de haalbaarheid. Open source betekent niet automatisch dat een dienst goedkoper is, zeker niet wanneer je andere voorzieningen zelf moet regelen. Ook is het aantal leveranciers dat het technisch beheer van Nextcloud op deze schaal kan verzorgen beperkt.

Dat heeft alles te maken met de manier waarop de markt zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, of beter gezegd: nauwelijks heeft ontwikkeld. De vraag naar alternatieven voor Microsoft bleef lange tijd klein, waardoor leveranciers weinig ruimte kregen om te groeien. Zonder vraag ontstaat geen volwassen aanbod en zonder schaal worden alternatieven niet vanzelf goedkoper.

Als we volwaardige alternatieven willen, zullen we dus bereid moeten zijn daarin te investeren. Daarvoor zijn geen wereldschokkende bedragen nodig zoals die momenteel naar AI gaan. Maar we kunnen evenmin verwachten dat nieuwe spelers vanaf dag één concurreren met de scherpe prijzen van Big Tech met een enorm marktaandeel, laat staan met het gratis aanbod waarmee jonge gebruikers al vroeg aan hun ecosystemen worden gebonden.

Dat het basis- en voortgezet onderwijs die investeringsruimte niet zomaar zelf heeft, is begrijpelijk. Daarom zijn de gesprekken die SIVON hierover met het ministerie van OCW voert zo belangrijk. Hopelijk leiden die ertoe dat ook het funderend onderwijs serieus werk kan maken van digitale autonomie.