Waarom CERN Microsoft niet volledig verving

Rond 2018 kreeg CERN te maken met een forse stijging van Microsoft-licentiekosten. Jarenlang gebruikte CERN Microsoft-software tegen academische korting, maar Microsoft veranderde de voorwaarden en beschouwde CERN niet langer als academische instelling. De licentiekosten zouden daardoor tien keer hoger worden. Voor CERN was dit een wake-up call.

Het MALT-project: op zoek naar alternatieven

Deze situatie liet pijnlijk zien hoe afhankelijk zelfs een technologisch vooruitstrevende organisatie kan zijn van één leverancier - en welke risico’s dat met zich meebrengt. CERN startte daarom het MALT-project, gericht op het onderzoeken van alternatieven voor Microsoft. Is dat gelukt? Ja en nee.

Minder afhankelijk door slimme architectuur

CERN verminderde de afhankelijkheid door het achterliggende systeem slimmer in te richten. Voor bestanden en onderzoeksdata bouwden ze zelf CERNBox. Ze gingen gebruikmaken van hun eigen inlogsysteem en identiteitsplatformen, zodat ze niet langer volledig op Microsoft hoefden te vertrouwen. Ook servers, opslag en ontwikkel- en operationele tools draaien nu op open systemen. Door het modulair op te zetten, kunnen onderdelen onafhankelijk worden vervangen of aangepast zonder dat alles tegelijk verandert.

Niet alles kon worden vervangen

Maar CERN verving niet alles. Exchange bleef voor e-mail en agenda, Office 365 bleef de standaard en Windows bleef nodig voor bepaalde wetenschappelijke en technische tools. Waarom? Niet door gebrek aan alternatieven, maar door het netwerkeffect van dominante tools. Documenten met complexe opmaak of macro’s moesten blijven werken, partners werkten zelf met Microsoft-workflows en sommige software draaide alleen op Windows.

De nuchtere realiteit van een hybride strategie

Ook de kosten speelden een belangrijke rol. Microsoft gaf CERN een overgangsperiode van ongeveer 10 jaar voor de prijsstijgingen. Daardoor was een onmiddellijke migratie niet nodig en werd een hybride strategie aantrekkelijker. Volledige vervanging zou niet alleen hogere ontwikkel- en beheerkosten met zich meebrengen, maar ook risico’s voor continuïteit en samenwerking. Een doelstelling van het MALT-project werd om de eigen onderhandelingspositie te verbeteren.

De les: techniek is zelden het echte probleem

Uiteindelijk laat het MALT-project zien dat techniek zelden het echte probleem is. De grootste uitdagingen zitten in de sociale en organisatorische werkelijkheid: gewoonten van gebruikers, samenwerking met externe partners en dominante ecosystemen bepalen vaak welke oplossingen werkelijk haalbaar zijn. Digitale autonomie bereik je niet alleen; het lukt alleen samen.