Waarom de mediaopvoeding door Nederlandse ouders géén probleem is

‘Een derde van de ouders weet niet wat hun jonge kind doet op een beeldscherm’ zag ik in mijn nieuwsfeed voorbij komen. Dat leek me een ernstige zaak en ik klikte op de link om het volledige bericht te lezen. Alarmerende koppen zijn effectief: onderzoekers die een probleem signaleren krijgen meer aandacht voor hun werk.

Maar bij alarmerende koppen gaat de nuance gemakkelijk verloren, en dat wat goed gaat in bijvoorbeeld de mediaopvoeding blijft onderbelicht. Bij het publiek ontstaat echter de indruk dat ouders hun opvoedingstaak verzaken. Ze zouden hun kinderen meer af moeten schermen van digitale media of strikter moeten monitoren. Sommige ouders worden onzeker: moet ik een tijdslimiet gaan hanteren? Maatregelen die worden getroffen uit het gevoel het advies van experts op te volgen zijn onder andere het gebruiken van de kookwekker om controle te houden over de tijd of het instellen van filters zodat een kind niet met schadelijke inhoud in aanraking kan komen. Ouders hebben namelijk over het algemeen één ding met elkaar gemeen: ze willen graag een goede ouder zijn.

Wat gaat er al goed?

Die onzekerheid is helemaal niet nodig want Nederlandse ouders zijn al goede ouders, durf ik te stellen. De adviezen van experts zijn goedbedoeld, maar zij doen geen recht aan de complexiteit van opvoeden. Ik heb twee jaar lang onderzoek gedaan naar de manier waarop ouders het mediagebruik van jonge kinderen reguleren (of juist niet) en ben met hen in gesprek gegaan over hun motieven.

Daar bleek bijvoorbeeld uit dat ouders het belangrijk vinden om hun kind te beschermen tegen negatieve invloeden, maar ook om vrijheid te geven en om balans te creëren. Deze drie idealen staan met elkaar op gespannen voet. Ouders hebben soms bijvoorbeeld even tijd voor zichzelf nodig en gebruiken de tablet dan wel als een babysitter. Je kunt dat een gebrek aan betrokkenheid noemen, of je kunt dat in de context van de algehele opvoeding plaatsen en terughoudend zijn met het een dubieuze praktijk noemen. Ouders gebruiken de tablet bijvoorbeeld als babysitter als zij willen koken. Als zij vervolgens tijdens het avondeten levendige gesprekken voeren met hun kind en voor het slapen gaan een boekje voorlezen, dan is daar niks mis mee.

Dat brengt me op een andere vondst uit mijn onderzoek: naast deze drie idealen stemmen ouders hun mediaopvoeding af op kind en context. Zij hebben oog voor de behoeftes van hun kind en ook voor de sociale omstandigheden. Als zij bijvoorbeeld de regel hebben dat zij geen apps kopen voor hun kind, dan kan het voorkomen dat zij daar een uitzondering op maken als het kind is uitgekeken op een demoversie en behoefte heeft aan meer uitdaging. Dat betekent niet dat deze ouders geen ruggengraat hebben en te toegeeflijk zijn in de opvoeding, maar het betekent dat deze ouders sensitief zijn. We weten op basis van onderzoek dat dit ype opvoeding, ook wel een autoritatieve opvoeding (niet te verwarren met autoritair), heel goed is voor kinderen. Dat plaatst het maken van uitzonderingen en het ‘toegeven’ aan verzoeken van een kind in een ander daglicht.

Wat ook opviel in mijn onderzoek, was dat ouders vaak aangaven weinig of geen strikte regels te hebben. In de opvoedingsliteratuur worden drie typen opvoedingsstrategieën genoemd: het kind afschermen van negatieve invloeden, het kind wapenen tegen negatieve invloeden  en het geven van ruimte. Het niet hanteren van regels is een manier waarop ouders hun kind ruimte geven. Dit is een opvoedingsstrategie die in de medialiteratuur weinig aandacht krijgt terwijl we weten dat het geven van ruimte gunstig is voor kinderen als het deel uitmaakt van een autoritatieve opvoeding. Sommige ouders uit mijn onderzoek gaven bijvoorbeeld aan regels niet nodig te vinden omdat hun kind uit zichzelf veel buiten speelde. Het is dus geen gebrek aan betrokkenheid dat maakt dat deze ouders geen regels hanteren, maar wederom sensitiviteit ten aanzien van wat hun kind nodig heeft.

Wat zouden ouders moeten doen?

Als ik ouders als een zelfbenoemd expert één advies zou mogen geven, dan is dat om zich niet te veel te laten beïnvloeden door adviezen van experts. Het klakkeloos opvolgen van adviezen maakt een ouder niet tot een goede ouder. Kookwekkers of filters kunnen meer duidelijkheid en veiligheid creëren, maar zij zorgen niet voor wat het allerbelangrijkst is, namelijk een betrokken ouder. Een betrokken ouder kijkt naar wat het kind nodig heeft en weegt dat af tegen andere belangen in het gezin.

Eén advies uit het nieuwsbericht waar ik mee begon is wél nastrevenswaardig: heb plezier. “Je kunt samen met je kind genieten van leuke en leerzame films en spelletjes, media inzetten om lekker creatief bezig te zijn en je kunt media gebruiken om contact te hebben met anderen, bijvoorbeeld met opa en oma.” Oftewel: wees betrokken bij je kind en toon interesse in wat het doet. Gebruik eens wat vaker samen digitale media met je kind, ook als je er zelf weinig mee hebt. En helemaal mooi is als je nog een stap verder gaat dan dat en digitale media gebruikt om je kind uit te dagen. Creëer bijvoorbeeld een spelcontext door je kind als opdracht te geven om foto’s te maken van alle rode objecten in huis. Alleen al met het praten over die foto’s stimuleer je de taalontwikkeling van het kind. Het is deze rol van de ouder die in mediaonderzoek vaak onderbelicht blijft, de ouder als een ‘scaffolder’ die ondersteuning biedt die steeds net boven het niveau van een kind ligt.